Het komt nog regelmatig voor dat er een geschil ontstaat over de vraag of een weg openbaar is of niet. In dit blog wordt dieper op die vraag ingegaan.
Weg
De vraag of een weg openbaar is, staat in de Wegenwet. Dat is een wet uit 1932 die nog altijd van kracht is. Wat onder een weg moet worden verstaan, zegt de Wegenwet niet. De reden daarvan is dat er zoveel vormen van wegen bestaan dat het moeilijk is om die allemaal op te sommen. De Wegenwet zegt wel wat in ieder geval onder wegen moet worden verstaan. Dat zijn in elk geval voetpaden, rijwielpaden, jaagpaden, dreven, molenwegen, kerkwegen en andere verkeersbanen voor beperkt gebruik. Ook bruggen vallen daaronder. De Wegenwet zegt dat die alleen van toepassing is openbare wegen. Als een weg dus niet openbaar is, dan is de wet ook niet op die weg van toepassing.
Openbaar
In de Wegenwet is vastgelegd hoe een weg openbaar wordt. Een weg wordt openbaar:
Er zijn dus drie mogelijkheden waarbij een weg openbaar kan worden. Bij de eerste twee manieren wordt de weg openbaar door verjaring. De eigenaar van de weg heeft dan te weinig gedaan om het openbaar verkeer tegen te houden. Er is een verjaringstermijn van 30 jaren en een verjaringstermijn van 10 jaren. Als er een geschil is over de vraag of een weg openbaar is, dan gaat dat bijna altijd over één van die verjaringstermijnen.
Een voorbeeld van verjaring na 30 jaar is wanneer een grondeigenaar al meer dan 30 jaar zonder beperkingen toestaat dat het openbaar verkeer over zijn grond gaat. Denk bijvoorbeeld aan een zandweg in het buitengebied waarover auto’s, fietsers en voetgangers gaan of een pad langs een sloot dat door voetgangers wordt gebruikt. Na 30 jaar is die zandweg of dat pad dan openbaar.
Een voorbeeld van een weg die na 10 jaar openbaar is wordt, is dat de overheid kan aantonen dat zij al meer dan 10 jaar het onderhoud aan die weg heeft uitgevoerd.
De derde manier is wanneer de eigenaar aan de weg de bestemming van openbare weg geeft. Meestal is dan de overheid eigenaar van de weg, maar dat hoeft niet. De eigenaar van een weg kan die alleen tot openbare weg bestemmen met toestemming van de gemeenteraad. Openbare wegen die buiten de bebouwde komt liggen, moeten op een zogenaamde wegenlegger staan. Als een weg op de wegenlegger staat, dan mag je ervan uitgaan dat het een openbare weg is.
Hierna gaat het over de verjaring, omdat daarover vaak nog geschillen bestaan.
Verjaring
Het is niet altijd eenvoudig om vast te stellen of iets een weg is of niet. Een straat door een dorp of stad is een weg en is ook openbaar. Daarover zal niet snel discussie ontstaan. Een pad door een bos of over een recreatieterrein leidt al sneller tot discussie. Een parkeerterrein ook. Deze liggen vaak op grond van een particulier of een bedrijf en die weten soms niet dat er sprake is van een weg en dat die openbaar is geworden door verjaring.
Dertig-jaarstermijn
Een weg kan door verjaring openbaar worden wanneer daar 30 jaren lang onafgebroken openbaar verkeer over gegaan is. De weg is dan meer dan 30 jaar voor iedereen openbaar toegankelijk geweest. Dat hoeft niet per sé met een auto te zijn, maar kan ook met een fiets, te voet of met een paard. Een rechter kijkt dan of de weg gedurende 30 jaren een grote, onbepaalde publieksgroep heeft gediend en of er sprake is van een duurzame verkeersverbinding ten algemenen nutte. Daarmee wordt bedoeld dat de weg een verbinding is om van A naar B te komen. Het gaat dus om verkeersbanen die een functie vervullen ten behoeve van het afwikkelen van het openbare verkeer en die naar hun aard of functie een grote, onbepaalde publieksgroep dienen. In de rechtspraak deed zich eens een zaak voor waarbij ruiters op hun paard via een zandweg van en naar een manege gingen. De gemeente vond dat de zandweg openbaar was. De rechter oordeelde anders, omdat de zandweg alleen door de ruiters werd gebruikt naar één bestemming en dat er daarom geen sprake was van een verkeersbaan die een functie vervulde ten behoeve van het afwikkelen van het openbare verkeer en die naar zijn aard of functie een grote, onbepaalde publieksgroep diende.
Als een eigenaar van een weg 30 jaren lang openbaar verkeer op die weg toelaat, dan loopt hij het risico dat die weg door verjaring openbaar is geworden. Als daar sprake van is, dan kan dat niet zomaar weer ongedaan gemaakt worden. Alleen de gemeenteraad kan dan nog besluiten om de weg niet langer openbaar te laten zijn.
Om te voorkomen dat een weg door verjaring een openbare weg wordt, kan de eigenaar eenvoudig bordjes ophangen met de tekst ‘eigen weg’, ‘particuliere weg’ of ‘private weg’. Die bordjes betekenen dus niet dat men niet over de weg mag, maar dat de eigenaar niet wil dat die weg openbaar wordt. Als een weg eenmaal openbaar is, dan kan dat met deze bordjes niet worden tegengegaan.
Tien-jaarstermijn
Een weg kan ook al na 10 jaren door verjaring openbaar worden. Dat gebeurt wanneer de overheid, bijvoorbeeld een gemeente, die weg in die 10 jaren heeft onderhouden en er onafgebroken openbaar verkeer overheen is gegaan. Als die situatie zich voordoet, dan moet de overheid aantonen dat hij het onderhoud heeft gehad. Daar gelden eisen voor. Het is niet genoeg wanneer de overheid de weg een keer veegt of zout strooit. De overheid moet met een onderhoudsprogramma en een financieringsprogramma kunnen aantonen dat hij het onderhoud uitvoert en dat al langer dan 10 jaar doet.
Einde openbaarheid
De Wegenwet zegt dat een weg maar op twee manieren kan ophouden openbaar te zijn. De eerste manier is dat de gemeenteraad besluit dat een weg niet langer openbaar is. In de praktijk komt dit niet vaak voor. Besluiten van de gemeenteraad, waarbij een weg niet langer meer openbaar is, hebben vaak een relatie met ontwikkelingen. Denk bijvoorbeeld aan een nieuwe woonwijk aan de rand van een stad waardoor oude wegen verdwijnen.
De andere manier is dat de weg gedurende 30 jaren niet voor eenieder toegankelijk is geweest. Dit is ook een vorm van verjaring, maar dan in de omgekeerde vorm. De weg was openbaar, maar door verjaring niet meer. Hij moet dan 30 jaren lang niet voor eenieder toegankelijk zijn geweest. Wanneer een weg niet meer voor eenieder toegankelijk is, hangt af van de situatie. Meestal moet er wel sprake zijn van een fysieke afsluiting of versperring die meer dan 30 jaren heeft geduurd.
De overheid heeft in die 30 jaren de tijd om tegen de afsluiting op te treden. Zij heeft dan de bevoegdheid om met een last onder dwangsom te eisen dat de afsluiting wordt weggehaald. Over deze situatie wordt nog regelmatig geprocedeerd. De gemeente is dan bijvoorbeeld van mening dat een voetpad openbaar is, terwijl de eigenaar dat niet vindt. Hij sluit het pad af. De gemeente legt hem een last onder dwangsom op. Hij moet dan het pad weer openen. De rechter moet dan uiteindelijk bepalen wie er gelijk heeft. Een ander voorbeeld is een weg die al jaren op de wegenlegger staat. Dan is die in principe openbaar. Maar wat als blijkt dat zo’n weg al meer dan 30 jaren met hekken is afgesloten. Is die dan nog wel openbaar? Ook hier heeft de rechter uiteindelijk het laatste woord.
Conclusie
De regels over de vraag of een weg openbaar is of niet zijn kort en bondig. Toch is het vraagstuk ingewikkeld. Dat komt vooral door de specifieke situatie. Elke situatie is anders. Er is vaak bewijs nodig dat niet makkelijk voorhanden is. Ontstaat er een geschil over de openbaarheid van een weg, schakel dan juridische hulp in. Dat kan teleurstellingen voorkomen.
Deze blog bevat algemene informatie en is niet gericht op specifieke, individuele gevallen. De informatie uit deze blog kan dan ook niet als juridisch advies worden gekwalificeerd. Mocht u naar aanleiding van deze blog of in het algemeen vragen hebben met betrekking tot uw eigen specifieke situatie, neem dan contact op met een van onze advocaten.
Geschreven door
Erik Averdijk
april 2026