Verval gehele loonaanspraak bij weigering passende arbeid

20 juni, 2014 | geen reacties

Komt een loonaanspraak op grond van artikel 7:629 lid 3 sub c BW ook te vervallen over het deel van de werktijd waarvoor de werknemer arbeidsongeschikt is?

De Hoge Raad heeft op deze vraag op 6 juni 2014 volmondig “ja” geantwoord. Weigert de zieke werknemer om passende arbeid te verrichten, dan vervalt daarmee dus de volledige loonaanspraak. In het verleden werd er nog weleens gesteld, mede ingegeven door de verschillende (lagere) rechtspraak op dit punt, dat het verval van het recht op loon zich alleen zou beperken tot het deel waarvoor de passende arbeid is aangeboden.

Deze uitspraak heeft daarmee dus verstrekkende gevolgen voor werknemers welke (blijven) weigeren om passende arbeid te verrichten. Naar de mening van de Hoge Raad zijn de uitzonderingen zoals beschreven in artikel 7:629 lid 3 BW bedoeld ter stimulering van de werknemer om zijn herstel en re-integratie te bevorderen. Ook in de Parlementaire Geschiedenis kwam reeds aan de orde dat de sanctie op overtreding van de voorschriften voor een werknemer zou zijn dat hij zijn recht op loondoorbetaling verliest. Hierdoor zou de werknemer zijn eigen re-integratie zeer serieus oppakken.

Overigens is het denkbaar dat een beroep op het algeheel verval van de loondoorbetalingsverplichting naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, maar daarvan is in ieder geval niet al sprake bij een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.

Conclusie

Weigert de zieke werknemer passende arbeid te verrichten, dan loopt hij daarmee dus het risico zijn volledige loonaanspraak te verliezen met alle gevolgen van dien.

Zorg-voor-zieke-werknemer-kan-beter

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *