Robers Advocaten. Maakt ondernemen gemakkelijker.

Ware liefde …… soms duur!

2 april, 2019 | geen reacties

Trouwplannen? Veel mensen verkeren in de veronderstelling dat in het geval je trouwt na 1 januari 2018 je automatisch niet in gemeenschap van goederen huwt. Niet is minder waar. Ook ná inwerkingtreding van het vernieuwde huwelijksvermogensrecht per 1 januari 2018, is sprake van gemeenschap van goederen. Met name wanneer uw aanstaande schulden heeft en onvoldoende verhaal biedt, maar u wel. Dan is het uitkijken geblazen in het geval u niet financieel wilt opdraaien voor de schulden van de liefde van uw leven. Onderstaand een situatie uit de praktijk:

Schuldenaar waarop de Wettelijke schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) van toepassing is, woont per datum toepassing Wsnp samen met een partner. Schuldenaar heeft geen inkomen en geen recht op enige vorm van uitkering. De partner van schuldenaar heeft voldoende inkomen uit betaalde arbeid. Tijdens het samen wonen is niets vastgelegd. Dat betekent dat er in ieder geval geen enkele vorm van goederengemeenschap tussen beiden bestaat. De partner van schuldenaar neemt deel aan een (minnelijk) schuldhulpverleningstraject buiten de rechtbank om en draagt daarvoor maandelijks af aan een schuldhulpverleningsinstantie.

Op enig moment gedurende de Wsnp en het lopende schuldhulpverleningstraject besluiten schuldenaar en diens partner te gaan trouwen en geen huwelijkse voorwaarden op te stellen. Beiden waren in de veronderstelling dat onder het nieuwe huwelijksvermogensrecht geen sprake meer is van een gemeenschap van goederen. Maar, na het huwelijk is sprake van drie vermogens, die van: 1. de partner waarop de Wsnp van toepassing, 2. de partner die deelneemt aan het schuldhulpverleningstraject én 3. de huwelijksgemeenschap. Onder nummer 3. de huwelijksgemeenschap valt al het vermogen (zowel bezittingen als schulden) dat de partners gedurende het huwelijk generen. Dat betekent dus ook dat het inkomen dat partner 2 verdient ná het huwelijk voor 50 % van partner 1 is.

In dit geval betekent dat voor de praktijk dat wordt bepaald wat de spaarcapaciteit tijdens het huwelijk van beiden is. Op de helft van die spaarcapaciteit kunnen de schuldeisers van partner 1 zich nu ook verhalen. Terwijl dat voor het huwelijk niet mogelijk was. Inmiddels kan dus worden gespaard tijdens de Wsnp van partner 1. Helaas hebben de schuldeisers van partner 2 nadeel van het huwelijk, omdat partner 2 nu ook ‘maar’ de helft van de spaarcapaciteit heeft, in vergelijking tot vóór datum huwelijk.

Veel meer situaties en omstandigheden zijn denkbaar. Heeft u een vordering te verhalen en is u bekend geworden dat uw schuldenaar onlangs is gehuwd? Mogelijk biedt dat nieuwe kansen om uw vordering alsnog te verhalen. Neem contact met ons op voor advies!