Robers Advocaten. Maakt ondernemen gemakkelijker.

Oproepkrachten in dienst? Werk aan de winkel!

30 januari, 2020 | geen reacties

Er is al veel over gezegd en geschreven en het kan je als werkgever dan ook eigenlijk niet zijn ontgaan dat het arbeidsrecht onlangs is gewijzigd. Per 1 januari jl. is de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) in werking getreden. Zo heeft de WAB onder andere gevolgen voor het aantal/de totale duur van de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (de zogenaamde ketenregeling), de transitievergoeding die is verschuldigd vanaf dag 1 in plaats van pas na 24 maanden en de WW-premiedifferentiatie indien sprake is van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Daarnaast heeft de WAB met name veel gevolgen voor de zogenaamde oproepkrachten. Heb je werknemers in dienst op basis van een nuluren- of een min-max-overeenkomst, dan vallen zij vanaf 1 januari 2020 onder de oproepovereenkomst. Ten aanzien van deze oproepovereenkomsten bestaan een paar belangrijke wijzigingen. Een van deze wijzigingen is de verplichting van de werkgever om de oproepkracht een vaste urenomvang aan te bieden.

Aanbod vast aantal uren

Zijn de werknemers met een oproepovereenkomst op 1 januari 2020 al langer dan 12 maanden in dienst? Dan ben je als werkgever verplicht om vóór 1 februari 2020 aan die werknemers schriftelijk een aanbod te doen, waarbij het gemiddeld aantal gewerkte uren over de voorgaande 12 maanden als vaste arbeidsomvang wordt aangeboden. De werknemer heeft de mogelijkheid om het aanbod te weigeren. In dat geval blijft sprake van een oproepovereenkomst en moet je als werkgever na 12 maanden opnieuw een aanbod doen. Dit blijft dus een steeds terugkerende verplichting. Advies is wel om, indien een werknemer het aanbod weigert, dit goed schriftelijk vast te leggen.

Indien de werknemer het aanbod wel accepteert, is vervolgens niet langer sprake van een oproepovereenkomst. Na 12 maanden hoef je als werkgever dan ook niet opnieuw een aanbod te doen. Dit wil echter niet zeggen dan daarmee ook sprake is van een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Het aanbod met de vaste urenomvang kan bijvoorbeeld wel na 18 maanden eindigen. Let dus goed op dit onderscheid en houd daarbij wel rekening met de ketenregeling en de regeling opvolgend werkgeverschap mocht je een nieuwe arbeidsovereenkomst aanbieden.

Geen aanbod vast aantal uren

Indien je als werkgever niet na 12 maanden (dus in de 13e maand) een aanbod doet, dan kan de werknemer toch aanspraak maken op het loon dat hij zou hebben ontvangen indien het aanbod wel zou zijn gedaan en zou zijn geaccepteerd. De werknemer kan in dat geval met terugwerkende kracht (tot vijf jaar terug) achterstallig loon vorderen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en wettelijke rente. Een werknemer zal waarschijnlijk hier niet meteen een beroep op doen, maar indien op een gegeven moment blijkt dat de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd, dan zou het maar zo kunnen zijn dat de werknemer alsnog aanspraak maakt op het achterstallig loon, waardoor alsnog moet worden afgerekend. Dit risico zou je als werkgever niet moeten willen lopen.

Conclusie

Inventariseer dus zo spoedig mogelijk of er oproepkrachten in dienst zijn en breng in kaart wanneer de 12 maanden verstrijken. Zijn er oproepkrachten die per 1 januari 2020 12 maanden of langer in dienst waren? Ga dan per oproepkracht na hoeveel uren hij gewerkt heeft in 2019 en doe vervolgens voor 1 februari a.s. een aanbod voor dit aantal uren.

Zijn er oproepkrachten die pas na 1 januari 2020 12 maanden in dienst zijn, houdt dan duidelijk bij wanneer de 12 maanden verstrijken, zodat ook aan hen in de 13e maand een aanbod kan worden gedaan. Wellicht is het nog van belang om de werknemer de komende maanden iets minder vaak op te roepen zodat het gemiddelde aantal uren nog omlaag kan worden gebracht?

Zie je door alle bomen het bos niet meer? Neem dan contact op zodat wij een en ander kunnen verhelderen en per specifieke situatie kunnen adviseren.

Deze blog bevat algemene informatie en is niet gericht op specifieke, individuele gevallen. De informatie uit deze blog kan dan ook niet als juridisch advies worden gekwalificeerd. Mocht u naar aanleiding van deze blog of in het algemeen vragen hebben met betrekking tot uw eigen specifieke situatie, neem dan contact op met een van onze advocaten.

 

2, 5 of 10 dagen kraamverlof voor partners?

11 februari, 2019 | geen reacties

Onlangs heeft het Europees Parlement een akkoord bereikt met de onderhandelaars van de lidstaten over het kraamverlof. Vaders krijgen op basis van deze afspraken recht op minimaal 10 dagen kraamverlof als hun partner is bevallen. De werkgever zal over die periode minimaal het loon moeten betalen dat wordt uitgekeerd bij ziekte. Deze regeling geldt ook voor partners van hetzelfde geslacht in landen waar zij officieel als partner worden erkend.

In veel Europese landen geldt al een (al dan niet deels) betaald partnerverlof van minstens 10 dagen, bijvoorbeeld in Slovenië (90 dagen, 100% uitbetaald), IJsland (90 dagen, 80% uitbetaald), Finland (54 dagen, 70% uitbetaald) en Litouwen (30 dagen, 100% uitbetaald). Nederland is nog niet zo ver en loopt wat dat betreft achter op de andere Europese landen. Minister Koolmees van Sociale Zaken weigerde vorig jaar nog het kraamverlof voor partners in Nederland te verhogen naar 10 dagen.

Met ingang van 1 januari 2019 is het geboorteverlof voor partners wel uitgebreid met de komst van de Wet Inwerkingtreding Extra Geboorteverlof (WIEG). Voorheen kreeg de kersverse vader twee dagen (betaald) partnerverlof en mocht hij daarnaast nog 3 dagen (veelal onbetaald) ouderschapsverlof opnemen na de bevalling. Vanaf 1 januari 2019 krijgen partners nu standaard eenmaal het aantal werkuren per week partnerverlof. Bij een fulltime dienstverband van 5 dagen à 8 uur per week, betekent dit dus 40 uur (= 5 dagen) partnerverlof. De verlofdagen kunnen, binnen vier weken na de geboorte, naar eigen inzicht worden opgenomen. Het loon wordt gedurende deze periode volledig doorbetaald. Vanaf 1 juli 2020 wordt dit nog verder uitgebreid en kunnen partners in het eerste half jaar na de geboorte van de baby vijf weken extra geboorteverlof aanvragen. In die periode hebben partners recht op een uitkering ter hoogte van 70% van het loon.

Uiteindelijk ontkomt ook Nederland niet aan de uitbreiding van het aantal dagen kraamverlof, maar per wanneer dat zal zijn is nog niet duidelijk. De lidstaten krijgen namelijk ongeveer drie jaar de tijd om, zodra de wet formeel is goedgekeurd, de nieuwe Europese afspraken om te zetten in nationale wetgeving. Tot die tijd moeten we het doen met de WIEG.

Deze blog bevat algemene informatie en is niet gericht op specifieke, individuele gevallen. De informatie uit deze blog kan dan ook niet als juridisch advies worden gekwalificeerd. Mocht u naar aanleiding van deze blog of in het algemeen vragen hebben met betrekking tot uw eigen specifieke situatie, neem dan contact op met een van onze advocaten. 

Curator persoonlijk aansprakelijk?

7 januari, 2019 | geen reacties

Zodra het faillissement van een natuurlijk persoon of een rechtspersoon door de rechtbank is uitgesproken, wordt door de rechtbank ook een curator aangesteld. De curator heeft op grond van de faillissementswet de taak om de boedel te beheren en te vereffenen. De curator heeft hiervoor bevoegdheden zoals het verkopen van eigendommen van de failliet, het opzeggen van arbeids- en huurovereenkomsten, het inroepen van de faillissementspauliana en het aansprakelijk stellen van bestuurders op grond van onbehoorlijk bestuur. Wanneer de curator zijn (wettelijke) taak onzorgvuldig uitoefent, dan kan hij daarvoor aansprakelijk zijn jegens derden. Deze derden zijn in dat geval meestal de gezamenlijke schuldeisers, maar dit kunnen ook de aandeelhouders zijn of de gefailleerde zelf. De curator kan aansprakelijk zijn in zijn hoedanigheid als curator, maar ook persoonlijk, dus in privé.

Handelen in strijd met bepalingen in de huurovereenkomst en de wil van de verhuurder

Onlangs heeft de Hoge Raad zich uitgesproken over de persoonlijke aansprakelijkheid van de curator.

In die situatie was sprake van een huurovereenkomst tussen een huurder en een verhuurder. De huurder ging failliet en de verhuurder heeft op grond van art. 39 Faillissementswet de huurovereenkomst opgezegd, met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn van drie maanden. Aan het einde van die termijn moest de winkelruimte ontruimd zijn. In de huurovereenkomst stond onder andere een verbod tot onderverhuur en ingebruikgeving aan een derde. Ook had de verhuurder uitdrukkelijk aan de curator laten weten zich te verzetten tegen de onderverhuur. Desondanks heeft de curator toegestaan dat een derde gebruik is gaan maken van de winkelruimte. De vraag die door de Hoge Raad moest worden beantwoord is, of de curator wegens de niet-naleving van de bepalingen in de huurovereenkomst persoonlijk aansprakelijk is tegenover de verhuurder voor de, als gevolg van dat niet-naleven, geleden schade.

Zorgvuldigheidsnorm

In eerdere uitspraken had de Hoge Raad al geoordeeld dat van persoonlijke aansprakelijkheid van de curator niet zomaar sprake is. Aan de curator komt in beginsel een ruime mate van vrijheid toe. Het is aan de curator om te bepalen op welke manier het belang van de boedel het beste kan worden gediend. De Hoge Raad heeft in het zogenaamde Maclou-arrest een zorgvuldigheidsnorm geformuleerd waaraan de curator dient te voldoen. Deze norm luidt als volgt: ‘een curator behoort te handelen zoals in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende curator die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht.’  Daarbij is tevens vereist dat de curator een persoonlijk verwijt van zijn handelen kan worden gemaakt.

Actieve schending

Voor zover de curator bij de uitoefening van zijn taak niet gebonden is aan regels, komt hem een ruime mate van vrijheid toe. Indien de curator wel gebonden is aan regels heeft de curator deze vrijheid niet. Dit betekent dan niet dat, indien aan de curator geen beleidsvrijheid toekomt het niet naleven van die regels altijd tot persoonlijke aansprakelijkheid leidt.

In deze situatie waarin de curator handelde in strijd met de verplichtingen uit de huurovereenkomst heeft de Hoge Raad geoordeeld dat sprake is van een ‘actieve’ schending door de curator van een voortdurende verplichting van de gefailleerde huurder tot nalaten. De curator had op dit punt geen beleidsvrijheid en dit betekent volgens de Hoge Raad dat de curator in dit geval persoonlijk aansprakelijk is.

Schade en soort schuld

Het gerechtshof heeft geoordeeld dat de schade van de verhuurder bestaat uit misgelopen huur over de periode na datum faillissement. Dit is volgens het hof een boedelschuld. De curator was het daar niet mee eens en heeft in cassatie betoogd dat de door de curator verschuldigde huur van drie maanden als boedelschuld in het faillissement vaststond en de hoogte daarvan niet werd beïnvloed door  de onderhuur. Per saldo leed de verhuurder volgens de curator dan ook geen schade. De Hoge Raad is het (wederom) niet eens met de curator, aangezien de boedelvordering in het faillissement onbetaald is gebleven. Indien de curator bij de onderverhuur rekening had gehouden met de belangen van de verhuurder, dan zou de verhuurder een vergoeding hebben ontvangen voor het gebruik van de winkelruimte en zou de schadevordering van de verhuurder lager zijn geweest. De verhuurder heeft volgens de Hoge Raad dus wel degelijk schade geleden.

Conclusie

Of een curator daadwerkelijk aansprakelijk is (zowel in zijn hoedanigheid als curator als privé) is steeds afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het is immers niet de bedoeling dat een curator gedurende de looptijd van het faillissement steeds bevreesd moet zijn voor een (persoonlijke) aansprakelijkheidstelling. Mocht u overwegen om de curator aansprakelijk te stellen, win dan juridisch advies in om te beoordelen of de curator aansprakelijk is en in welke hoedanigheid.

 

Deze blog bevat algemene informatie en is niet gericht op specifieke, individuele gevallen. De informatie uit deze blog kan dan ook niet als juridisch advies worden gekwalificeerd. Mocht u naar aanleiding van deze blog of in het algemeen vragen hebben met betrekking tot uw eigen specifieke situatie, neem dan contact op met een van onze advocaten.