Berichten in januari

Deliveroo-bezorgers toch een arbeidsovereenkomst!?

22 januari, 2019 | geen reacties

Deliveroo-bezorgers toch een arbeidsovereenkomst!?

Eerder oordeelde de Rechtbank Amsterdam (23 juli 2018) nog dat een maaltijdbezorger van Deliveroo als opdrachtnemer had te gelden en niet als een werknemer. Op 15 januari jl. oordeelde diezelfde Rechtbank Amsterdam echter anders.

De kantonrechter oordeelde namelijk vorige week dat de arbeidsverhouding tussen Deliveroo en haar bezorgers aan te merken is als een arbeidsovereenkomst. Dat gebeurde in een door het FNV aangespannen procedure. Ook oordeelde de rechter in een andere zaak van diezelfde datum dat Deliveroo ook onder de werking van de CAO beroepsgoederenvervoer valt en dus met terugwerkende kracht deze CAO moet naleven.

De afgelopen jaren is het werken via een zogenaamd werkplatform in opkomst. Hierbij kunnen via het digitale platform (website of app) bijvoorbeeld maaltijden of taxi’s worden besteld of kan een schoonmaker of klusjesman worden ingeschakeld. Het werk van een zogenaamde “platformarbeider” heeft zowel kenmerken van een arbeidsovereenkomst (en dus werknemer) als van een opdracht (en dus opdrachtnemer). Deze  verhouding roept dan ook veel (arbeidsrechtelijke) vragen op.

Deliveroo is een maaltijdbezorgdienst. In 2018 besloot Deliveroo om alle arbeidsovereenkomsten niet te verlengen. De bezorgers gingen voortaan als zelfstandig ondernemer aan de slag via een zogenaamde partnerovereenkomst. Volgens Deliveroo was dit bedoeld om de bezorgers daardoor meer vrijheid te geven met betrekking tot de invulling van het werk. De FNV was echter van mening dat er nog steeds sprake was van een relatie werkgever/werknemer en startte daarop een procedure.

De partijbedoeling zoals neergelegd in de overeenkomst is bij de beoordeling door de Rechtbank weliswaar een belangrijke factor, maar niet beslissend geacht in deze procedure. Van belang is  namelijk ook om te kijken hoe de partijen feitelijk uitvoering hebben gegeven aan de vastgelegde afspraken.

In dat kader heeft ook de rechter thans geoordeeld dat de verhouding tussen Deliveroo en haar bezorgers niet wezenlijk is veranderd in 2018. De zogenaamde partnerovereenkomst is namelijk niet onderhandelbaar en dat geldt evenmin voor de tarieven. Ook  wordt de partnerovereenkomst eenzijdig door Deliveroo opgesteld. Daarbij heeft de rechter in haar oordeel meegewogen dat de digitale systemen van Deliveroo dit oordeel ook nog eens ondersteunen. De bezorgers kunnen weliswaar zelf bepalen of zij de opdracht aannemen of niet, maar als zij te vaak weigeren werkt dat wel in hun nadeel voor toekomstige opdrachten en bovendien is het van invloed op het betaald krijgen van eventueel bonussen. Tegelijkertijd bleek bovendien dat de bepaling in de overeenkomst tot de mogelijkheid van vervanging voor de uitvoering van de opdracht feitelijk een dode letter is. Er zit namelijk zo weinig tijd tussen de acceptatie van de opdracht en de uitvoering daarvan dat van een noodzaak tot vervanging feitelijk nooit sprake zal zijn.

Vast staat dat werkplatforms (zoals Uber, Deliveroo, maar bijvoorbeeld ook Helpling) grote impact hebben op het dagelijks leven, maar ook een aanzienlijke juridische impact hebben. Wij moeten constateren dat het veelal lastig is om de uitvoering van deze werkzaamheden in een specifiek hokje onder te brengen. Het laatste woord zal hierover dan ook nog niet gesproken zijn, zo is de verwachting, mede ook naar aanleiding van een hoger beroep tegen deze uitspraak.

Dat is ook in het buitenland niet anders. In het Verenigd Koninkrijk werd bijvoorbeeld al in 2017 geoordeeld dat de “bestuurders van de auto” van Uber dienen te worden gezien als een zogenaamde “worker”. Dit betreft een kwalificatie die het midden houdt tussen de werknemer en een zzp’er. Een dergelijke kwalificatie/tussencategorie kennen wij in Nederland eenvoudigweg niet.

Wij houden de ontwikkelingen uiteraard goed in de gaten.

Curator persoonlijk aansprakelijk?

7 januari, 2019 | geen reacties

Zodra het faillissement van een natuurlijk persoon of een rechtspersoon door de rechtbank is uitgesproken, wordt door de rechtbank ook een curator aangesteld. De curator heeft op grond van de faillissementswet de taak om de boedel te beheren en te vereffenen. De curator heeft hiervoor bevoegdheden zoals het verkopen van eigendommen van de failliet, het opzeggen van arbeids- en huurovereenkomsten, het inroepen van de faillissementspauliana en het aansprakelijk stellen van bestuurders op grond van onbehoorlijk bestuur. Wanneer de curator zijn (wettelijke) taak onzorgvuldig uitoefent, dan kan hij daarvoor aansprakelijk zijn jegens derden. Deze derden zijn in dat geval meestal de gezamenlijke schuldeisers, maar dit kunnen ook de aandeelhouders zijn of de gefailleerde zelf. De curator kan aansprakelijk zijn in zijn hoedanigheid als curator, maar ook persoonlijk, dus in privé.

Handelen in strijd met bepalingen in de huurovereenkomst en de wil van de verhuurder

Onlangs heeft de Hoge Raad zich uitgesproken over de persoonlijke aansprakelijkheid van de curator.

In die situatie was sprake van een huurovereenkomst tussen een huurder en een verhuurder. De huurder ging failliet en de verhuurder heeft op grond van art. 39 Faillissementswet de huurovereenkomst opgezegd, met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn van drie maanden. Aan het einde van die termijn moest de winkelruimte ontruimd zijn. In de huurovereenkomst stond onder andere een verbod tot onderverhuur en ingebruikgeving aan een derde. Ook had de verhuurder uitdrukkelijk aan de curator laten weten zich te verzetten tegen de onderverhuur. Desondanks heeft de curator toegestaan dat een derde gebruik is gaan maken van de winkelruimte. De vraag die door de Hoge Raad moest worden beantwoord is, of de curator wegens de niet-naleving van de bepalingen in de huurovereenkomst persoonlijk aansprakelijk is tegenover de verhuurder voor de, als gevolg van dat niet-naleven, geleden schade.

Zorgvuldigheidsnorm

In eerdere uitspraken had de Hoge Raad al geoordeeld dat van persoonlijke aansprakelijkheid van de curator niet zomaar sprake is. Aan de curator komt in beginsel een ruime mate van vrijheid toe. Het is aan de curator om te bepalen op welke manier het belang van de boedel het beste kan worden gediend. De Hoge Raad heeft in het zogenaamde Maclou-arrest een zorgvuldigheidsnorm geformuleerd waaraan de curator dient te voldoen. Deze norm luidt als volgt: ‘een curator behoort te handelen zoals in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende curator die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht.’  Daarbij is tevens vereist dat de curator een persoonlijk verwijt van zijn handelen kan worden gemaakt.

Actieve schending

Voor zover de curator bij de uitoefening van zijn taak niet gebonden is aan regels, komt hem een ruime mate van vrijheid toe. Indien de curator wel gebonden is aan regels heeft de curator deze vrijheid niet. Dit betekent dan niet dat, indien aan de curator geen beleidsvrijheid toekomt het niet naleven van die regels altijd tot persoonlijke aansprakelijkheid leidt.

In deze situatie waarin de curator handelde in strijd met de verplichtingen uit de huurovereenkomst heeft de Hoge Raad geoordeeld dat sprake is van een ‘actieve’ schending door de curator van een voortdurende verplichting van de gefailleerde huurder tot nalaten. De curator had op dit punt geen beleidsvrijheid en dit betekent volgens de Hoge Raad dat de curator in dit geval persoonlijk aansprakelijk is.

Schade en soort schuld

Het gerechtshof heeft geoordeeld dat de schade van de verhuurder bestaat uit misgelopen huur over de periode na datum faillissement. Dit is volgens het hof een boedelschuld. De curator was het daar niet mee eens en heeft in cassatie betoogd dat de door de curator verschuldigde huur van drie maanden als boedelschuld in het faillissement vaststond en de hoogte daarvan niet werd beïnvloed door  de onderhuur. Per saldo leed de verhuurder volgens de curator dan ook geen schade. De Hoge Raad is het (wederom) niet eens met de curator, aangezien de boedelvordering in het faillissement onbetaald is gebleven. Indien de curator bij de onderverhuur rekening had gehouden met de belangen van de verhuurder, dan zou de verhuurder een vergoeding hebben ontvangen voor het gebruik van de winkelruimte en zou de schadevordering van de verhuurder lager zijn geweest. De verhuurder heeft volgens de Hoge Raad dus wel degelijk schade geleden.

Conclusie

Of een curator daadwerkelijk aansprakelijk is (zowel in zijn hoedanigheid als curator als privé) is steeds afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het is immers niet de bedoeling dat een curator gedurende de looptijd van het faillissement steeds bevreesd moet zijn voor een (persoonlijke) aansprakelijkheidstelling. Mocht u overwegen om de curator aansprakelijk te stellen, win dan juridisch advies in om te beoordelen of de curator aansprakelijk is en in welke hoedanigheid.

 

Deze blog bevat algemene informatie en is niet gericht op specifieke, individuele gevallen. De informatie uit deze blog kan dan ook niet als juridisch advies worden gekwalificeerd. Mocht u naar aanleiding van deze blog of in het algemeen vragen hebben met betrekking tot uw eigen specifieke situatie, neem dan contact op met een van onze advocaten.